ALS Leven stroomt

Phil

Karl,

Ik heb je leren kennen in het najaar van 1984. We begonnen net aan de studie burgerlijk ingenieur in Leuven, en door de alfabetische schikking van onze achternamen, belandden we in dezelfde groep voor oefeningen en practica.

Je viel me op door je schrandere inzichten, waardoor we nooit vastliepen bij ingewikkelde reken- of denkoefeningen. Een gelijkaardig gevoel voor humor zorgde ervoor dat we vaak op dezelfde golflengte zaten. Het maakte de soms moeilijke studie stukken aangenamer. Anekdotes te over. Ons gezamenlijk project om met de diffractie van laserstralen de densiteit van vloeistoffen te meten via Bessel-functies leidde zelfs bij onze laatste ontmoetingen nog tot hilariteit.

Doorheen de studiejaren ontpopte je je tot iemand die graag anderen mee op sleeptouw nam, die enthousiasme kon opwekken, die zowel een goede intellectuele discussie als een studentikoze activiteit nooit afsloeg. Ik heb die veelzijdigheid in jou altijd bewonderd.

Na Leuven bleven we elkaar zien, maar naarmate onze levens zich settelden, verwaterde het contact en verloren we elkaar wat uit het oog. Tot we een 15-tal jaar geleden de draad terug opnamen. Het voelde aan als thuiskomen. De discussies van weleer waren terug. De kwinkslagen ook. We deelden een passie voor goed eten en drinken, wat altijd een goede reden was om met onze gezinnen elkaar te zien en bij te praten.

Tijdens één van die discussies over life, the universe and everything hadden we het erover waarom we mensen dicht in ons leven wilden. We kwamen tot de slotsom dat ieder graag getuigen rondom zich had, om het leven zin te geven, zodat zou kunnen doorverteld worden welk leven we ooit geleefd zouden hebben.

Karl, elk van ons was getuige van jouw leven. Het was de moeite waard. We zullen het met z’n allen doorvertellen.